Jacob Grimm and Wilhelm GrimmKlein Sneeuwitje

BokRobot leeseditie

Boeken

Gratis

Klein Sneeuwitje

Little Snow-white

Jacob Grimm and Wilhelm Grimm

26 pagina's
Gedraaid: 2026-08-01 14:23BokRobot · Pagina 1 / 23

Er was eens, midden in de winter, toen sneeuwvlokken als veren uit de hemel vielen, een koningin die zat te naaien aan een raam met een lijst van zwart ebbenhout. Terwijl ze naaide en naar de sneeuw keek, prikte ze haar vinger met de naald, en drie druppels bloed vielen op de sneeuw. Het rood stond prachtig op de witte sneeuw, en ze dacht bij zichzelf: "O, wat zou ik graag een kind hebben zo wit als sneeuw, zo rood als bloed, en zo zwart als het hout van deze raamlijst."

Kort daarna kreeg ze een dochtertje. Het kind was zo wit als sneeuw, zo rood als bloed, en haar haar was zo zwart als ebbenhout. Daarom noemden ze haar Klein Sneeuwitje. Maar toen de baby geboren werd, stierf de koningin.

BokRobot · Pagina 2 / 23

Een jaar later trouwde de koning met een andere vrouw. Ze was mooi, maar trots en ijdel. Ze kon er niet tegen dat iemand anders mooier was dan zij. Ze had een toverspiegel, en wanneer ze ervoor stond en zei:

"Spiegel, spiegel aan de wand, Wie is de mooiste van het hele land?" antwoordde de spiegel:

"Gij, o Koningin, zijt de mooiste van het land."

Toen was ze blij, want ze wist dat de spiegel altijd de waarheid sprak.

Illustratie bij Pagina 2

Maar Sneeuwitje groeide op, en toen ze zeven jaar oud was, was ze zo mooi als de dag, zelfs mooier dan de koningin zelf. Toen de koningin haar spiegel vroeg:

BokRobot · Pagina 3 / 23

"Spiegel, spiegel aan de wand, Wie is de mooiste van het hele land?" antwoordde die:

"Gij zijt mooi, mijn koningin, dat is waar, Maar Sneeuwitje is nog duizendmaal mooier dan gij."

De koningin schrok. Ze werd geel en groen van jaloezie. Vanaf dat moment, telkens wanneer ze Sneeuwitje zag, bonsde haar hart van haat.

Haar afgunst groeide als onkruid, en ze had geen rust. Ze riep een jager en zei: "Neem het kind mee naar het bos. Ik wil haar nooit meer zien. Dood haar, en breng mij haar hart als bewijs." De jager gehoorzaamde. Hij nam Sneeuwitje mee diep het bos in. Toen hij zijn mes trok om haar onschuldig hart te doorboren, begon ze te huilen en zei: "Lieve jager, laat me alsjeblieft leven! Ik zal wegvluchten in het wilde bos en nooit meer terugkomen."

BokRobot · Pagina 4 / 23

Ze was zo mooi dat de jager medelijden met haar kreeg. "Vlucht weg, arm kind," zei hij. "De wilde dieren zullen je toch opeten," dacht hij, maar hij was opgelucht dat hij haar niet hoefde te doden. Op dat moment kwam er een jong everzwijn voorbijgerend. Hij stak het neer, sneed zijn hart eruit en bracht het naar de koningin. De kok zoutte het, en de boze koningin at het op, denkend dat het Sneeuwitjes hart was.

Nu was het arme kind helemaal alleen in het grote bos. Ze was zo bang dat ze naar elk blad aan elke boom keek en niet wist wat te doen. Ze begon te rennen, over scherpe stenen en door doornstruiken. Wilde dieren renden langs haar, maar ze deden haar geen kwaad.

BokRobot · Pagina 5 / 23

Ze rende zo lang ze kon tot het bijna avond was. Toen zag ze een klein huisje en ging naar binnen om uit te rusten. Alles in het huisje was piepklein, maar netjes en schoon. Er stond een tafel met een wit tafelkleed, zeven kleine bordjes, elk met een klein lepeltje, zeven kleine mesjes en vorkjes, en zeven kleine bekers. Tegen de muur stonden zeven kleine bedjes, bedekt met sneeuwwitte dekentjes.

Klein Sneeuwitje had honger en dorst, dus at ze een beetje groenten en brood van elk bord en dronk een druppel wijn uit elke beker, omdat ze niet alles van één wilde nemen. Toen, omdat ze zo moe was, ging ze op een van de bedjes liggen. Geen enkel voelde goed – de ene was te lang, de andere te kort – totdat ze het zevende probeerde, dat precies goed was. Ze zei een gebed en viel in slaap.

BokRobot · Pagina 6 / 23

Toen het donker werd, kwamen de eigenaars van het huisje terug. Het waren zeven dwergen die in de bergen naar goud en zilver groeven. Ze staken hun zeven kaarsen aan en zagen dat er iemand was geweest, want de dingen stonden niet meer in dezelfde volgorde als eerst.

De eerste zei: "Wie heeft op mijn stoel gezeten?"

De tweede zei: "Wie heeft van mijn bord gegeten?"

De derde zei: "Wie heeft mijn brood genomen?"

De vierde zei: "Wie heeft mijn groenten gegeten?"

De vijfde zei: "Wie heeft mijn vork gebruikt?"

De zesde zei: "Wie heeft met mijn mes gesneden?"

BokRobot · Pagina 7 / 23

De zevende zei: "Wie heeft uit mijn beker gedronken?"

Toen keek de eerste dwerg rond en zag een klein deukje in zijn bed. "Wie is er in mijn bed geweest?" zei hij. De anderen kwamen en zagen dat er ook in hun bedden iemand was geweest. Maar toen de zevende dwerg naar zijn bed keek, zag hij Klein Sneeuwitje daar liggen, diep in slaap.

Hij riep de anderen, die aan kwamen lopen, en ze riepen het uit van verbazing. Ze brachten hun zeven kaarsen en lieten het licht op haar schijnen. "O jeminee!" riepen ze. "Wat een mooi kind!" Ze waren zo blij dat ze haar niet wakker maakten, maar haar lieten slapen.

BokRobot · Pagina 8 / 23

De zevende dwerg sliep elk uur bij een van zijn kameraden, en zo kwam hij de nacht door.

's Morgens werd Sneeuwitje wakker en schrok toen ze de zeven dwergen zag. Maar ze waren vriendelijk en vroegen haar naam. "Mijn naam is Sneeuwitje," zei ze. "Hoe ben je bij ons huis gekomen?" vroegen ze.

Ze vertelde hun hoe haar stiefmoeder haar had willen laten doden, maar de jager haar had gespaard, en hoe ze de hele dag had gerend tot ze hun huis had gevonden. De dwergen zeiden: "Als je voor ons huis wilt zorgen, wilt koken, de bedden wilt opmaken, wassen, naaien en breien, en alles netjes en schoon wilt houden, kun je bij ons blijven, en je zult alles hebben wat je nodig hebt." "Ja," zei Sneeuwitje, "met heel mijn hart." En ze bleef bij hen.

BokRobot · Pagina 9 / 23

Ze hield het huis in orde. 's Morgens gingen de dwergen naar de bergen om goud en zilver te delven, en 's avonds kwamen ze terug en verwachtten dat het avondeten klaar stond. Het meisje was de hele dag alleen, dus waarschuwden de goede dwergen haar: "Pas op voor je stiefmoeder.

Ze zal snel weten dat je hier bent. Laat niemand binnen."

Ondertussen dacht de koningin dat ze Sneeuwitjes hart had gegeten, dus geloofde ze dat ze weer de mooiste was. Ze ging naar haar spiegel en zei:

"Spiegel, spiegel aan de wand, Wie is de mooiste van het hele land?"

En de spiegel antwoordde:

BokRobot · Pagina 10 / 23

"O Koningin, gij zijt de mooiste die ik zie, Maar over de heuvels, waar de zeven dwergen wonen, Leeft Sneeuwitje nog steeds in goede doen, En niemand is zo mooi als zij."

Ze was verbijsterd, want ze wist dat de spiegel nooit loog. Ze besefte dat de jager haar had bedrogen en dat Sneeuwitje nog leefde. Ze dacht en dacht na over hoe ze haar kon doden. Ze had geen rust zolang zij niet de mooiste was. Uiteindelijk kwam ze op een plan.

BokRobot · Pagina 11 / 23

Ze beschilderde haar gezicht en verkleedde zich als een oude marskramerin, zodat niemand haar zou herkennen. Ze trok over de zeven bergen naar het huisje van de dwergen en klopte op de deur, roepend: "Mooie dingen te koop, heel goedkoop!" Klein Sneeuwitje keek uit het raam en zei: "Goedendag, goede vrouw.

Wat heb je te verkopen?" "Goede dingen, mooie dingen," antwoordde ze. "Rijgsnoeren in alle kleuren." En ze trok een snoer tevoorschijn gevlochten van heldere zijde. "Ik kan de oude vrouw wel binnenlaten," dacht Sneeuwitje. Ze schoof de grendel weg en kocht het mooie snoer.

BokRobot · Pagina 12 / 23

"Kind," zei de oude vrouw, "wat zie je er slordig uit! Laat mij je goed rijgen." Sneeuwitje had geen argwaan. Ze ging voor haar staan en liet zich met de nieuwe snoeren rijgen.

Maar de oude vrouw reeg zo snel en zo strak dat Sneeuwitje haar adem verloor en neerviel alsof ze dood was. "Nu ben ik de mooiste," zei de koningin bij zichzelf, en ze rende weg.

Die avond kwamen de zeven dwergen thuis. Ze schrokken hevig toen ze hun lieve Sneeuwitje op de grond zagen liggen, roerloos, alsof ze dood was. Ze tilden haar op en zagen dat ze te strak geregen was. Ze knipten de rijgsnoeren door. Toen begon ze weer een beetje te ademen, en na een tijdje kwam ze weer bij bewustzijn. Toen de dwergen hoorden wat er was gebeurd, zeiden ze: "Die oude marskramerin was de boze koningin. Wees voorzichtig en laat niemand binnen wanneer wij niet bij je zijn."

BokRobot · Pagina 13 / 23

De boze vrouw ging naar huis en ging voor de spiegel staan en vroeg:

"Spiegel, spiegel aan de wand, Wie is de mooiste van het hele land?"

En die antwoordde hetzelfde als eerst:

"O Koningin, gij zijt de mooiste die ik zie, Maar over de heuvels, waar de zeven dwergen wonen, Leeft Sneeuwitje nog steeds in goede doen, En niemand is zo mooi als zij."

Toen ze dat hoorde, stroomde haar bloed naar haar hart van angst. Ze zag dat Sneeuwitje weer leefde. "Maar nu," zei ze, "zal ik iets bedenken dat jou afmaakt." Met hekserij maakte ze een vergiftigde kam.

BokRobot · Pagina 14 / 23

Toen vermomde ze zich als een andere oude vrouw en trok over de zeven bergen naar het huisje van de dwergen. Ze klopte op de deur en riep: "Goede dingen te koop, goedkoop!" Klein Sneeuwitje keek naar buiten en zei: "Ga weg!

Ik mag niemand binnenlaten." "Je kunt tenminste kijken," zei de oude vrouw, en ze trok de vergiftigde kam tevoorschijn en hield die omhoog. Het meisje vond hem zo mooi dat ze zich liet misleiden en de deur opende.

Nadat ze een koopje hadden gesloten, zei de oude vrouw: "Nu zal ik je haar goed kammen." Arme Sneeuwitje had geen argwaan en liet haar begaan. Maar zodra ze de kam in haar haar stak, werkte het gif, en het meisje viel bewusteloos neer.

BokRobot · Pagina 15 / 23

"Jij volmaakte schoonheid," zei de boze vrouw, "nu ben je er geweest!" En ze vertrok.

Gelukkig was het bijna avond toen de dwergen thuiskwamen. Ze zagen Sneeuwitje als dood op de grond liggen. Ze vermoedden de stiefmoeder en vonden de vergiftigde kam. Zodra ze die eruit hadden gehaald, kwam Sneeuwitje weer bij en vertelde hun wat er was gebeurd. Ze waarschuwden haar opnieuw voorzichtig te zijn en de deur voor niemand te openen.

De koningin ging naar huis, ging voor de spiegel staan en zei:

"Spiegel, spiegel aan de wand, Wie is de mooiste van het hele land?"

BokRobot · Pagina 16 / 23

En die antwoordde hetzelfde:

"O Koningin, gij zijt de mooiste die ik zie, Maar over de heuvels, waar de zeven dwergen wonen, Leeft Sneeuwitje nog steeds in goede doen, En niemand is zo mooi als zij."

Toen ze dit hoorde, beefde ze van woede. "Sneeuwitje zal sterven," riep ze, "al kost het mij mijn eigen leven!"

Ze ging naar een geheime kamer waar niemand ooit kwam, en daar maakte ze een zeer giftige appel. Hij zag er prachtig uit, wit met rode wangen, zodat iedereen die hem zag hem zou willen hebben. Maar wie er een hap van nam, zou zeker sterven.

BokRobot · Pagina 17 / 23

Toen de appel klaar was, beschilderde ze haar gezicht en verkleedde zich als een boerenvrouw. Ze trok over de zeven bergen naar de zeven dwergen en klopte op de deur. Sneeuwitje stak haar hoofd uit het raam en zei: "Ik mag niemand binnenlaten.

De zeven dwergen hebben het mij verboden." "Dat is prima," zei de vrouw. "Ik zal mijn appels wel snel kwijt raken. Hier, ik zal je er een geven." "Nee," zei Sneeuwitje, "ik mag niets aannemen." "Ben je bang voor vergif?" zei de oude vrouw. "Kijk, ik zal de appel in tweeën snijden.

BokRobot · Pagina 18 / 23

Jij eet het rode gedeelte, en ik zal het witte eten." De appel was zo slim gemaakt dat alleen de rode helft vergiftigd was. Sneeuwitje verlangde naar de mooie appel. Toen ze de vrouw een stukje zag eten, kon ze zich niet langer bedwingen. Ze stak haar hand uit en nam de vergiftigde helft.

Maar zodra ze een hap in haar mond had, viel ze dood neer. De koningin keek haar aan met een afschuwelijke lach en zei: "Wit als sneeuw, rood als bloed, zwart als ebbenhout! Deze keer kunnen de dwergen jou niet wakker maken."

Toen ze thuis kwam, vroeg ze de spiegel:

BokRobot · Pagina 19 / 23

"Spiegel, spiegel aan de wand, Wie is de mooiste van het hele land?"

Eindelijk antwoordde die:

"O Koningin, in dit land zijt gij de mooiste van allemaal."

Toen had haar afgunstige hart rust, voor zover een afgunstig hart rust kan hebben.

Toen de dwergen 's avonds thuiskwamen, vonden ze Sneeuwitje op de grond liggen. Ze ademde niet en was dood. Ze tilden haar op, zochten naar iets giftigs, reegden haar los, kamden haar haar, wasten haar met water en wijn, maar het hielp niet. Het arme kind was dood. Ze legden haar op een baar en zaten drie dagen rond haar, wenend.

BokRobot · Pagina 20 / 23

Toen wilden ze haar begraven, maar ze zag er nog steeds uit alsof ze leefde, met haar mooie rode wangen. Ze zeiden: "We kunnen haar niet in de donkere grond begraven." Dus maakten ze een doodskist van helder glas, zodat ze van alle kanten kon worden gezien. Ze legden haar erin en schreven haar naam in gouden letters, zeggende dat ze een koningsdochter was.

Toen plaatsten ze de kist op de berg, en een dwerg bleef er altijd bij om te waken. Er kwamen ook vogels die om Sneeuwitje weenden: eerst een uil, toen een raaf, en ten slotte een duif.

Sneeuwitje lag heel, heel lang in de kist. Ze veranderde niet, maar zag eruit alsof ze sliep. Ze was nog steeds zo wit als sneeuw, zo rood als bloed, en haar haar zo zwart als ebbenhout.

BokRobot · Pagina 21 / 23

Toen kwam op een dag een koningszoon in het bos en ging naar het huis van de dwergen om de nacht door te brengen. Hij zag de kist op de berg en de mooie Sneeuwitje erin. Hij las wat er in gouden letters geschreven stond. Hij zei tegen de dwergen: "Laat mij de kist hebben.

Ik zal jullie geven wat jullie maar willen." Maar de dwergen antwoordden: "We geven hem niet weg voor al het goud van de wereld." Toen zei hij: "Geef hem mij dan als geschenk, want ik kan niet leven zonder Sneeuwitje te zien.

BokRobot · Pagina 22 / 23

Ik zal haar eren en koesteren als mijn dierbaarste bezit." De goede dwergen kregen medelijden met hem en gaven hem de kist.

De koningszoon liet zijn dienaars de kist op hun schouders dragen. Terwijl ze liepen, struikelden ze over een boomstronk. Door de schok kwam het giftige stuk appel dat Sneeuwitje had gebeten uit haar keel. Al snel opende ze haar ogen, tilde het deksel van de kist op, ging rechtop zitten en was weer levend.

"O, hemel, waar ben ik?" riep ze. De koningszoon, vol vreugde, zei: "Je bent bij mij." Hij vertelde haar wat er was gebeurd en zei: "Ik hou meer van jou dan van wat ook ter wereld. Kom met mij mee naar het paleis van mijn vader en word mijn vrouw."

BokRobot · Pagina 23 / 23

Sneeuwitje stemde toe en ging met hem mee. Hun bruiloft werd met grote pracht en praal gehouden. Maar de boze stiefmoeder was ook uitgenodigd. Ze trok mooie kleren aan en ging voor haar spiegel staan en zei:

"Spiegel, spiegel aan de wand, Wie is de mooiste van het hele land?"

De spiegel antwoordde:

"O Koningin, gij zijt de mooiste hier, dat weet ik, Maar de jonge koningin is nog mooier, en zo."

Toen vloekte de boze vrouw. Ze was zo ellendig dat ze niet wist wat te doen. Eerst wilde ze niet naar de bruiloft gaan, maar ze kon niet wegblijven. Ze moest de jonge koningin zien. Toen ze binnenkwam, herkende ze Sneeuwitje. Ze bleef stilstaan van woede en angst. Maar er waren al ijzeren schoenen op het vuur gezet. Ze werden met tangen binnengebracht en voor haar neergezet. Ze werd gedwongen de roodgloeiende schoenen aan te trekken en te dansen tot ze dood neerviel.

BokRobot

BokRobot

BokRobot brings together books and fairy tales to read and explore. Discover a growing collection, or create books and fairy tales of your own.

More books you might like